‘Algemene Beschouwingen’ op Begroting 2017

'Normalisatie van het Absurde'

 

Voorzitter,

Vorig jaar is mij tijdens de behandeling van de begroting voor 2016 duidelijk geworden dat dit agendapunt voor de meeste fracties in dit bestuur aanleiding is om hun eigen versie van de ‘algemene beschouwingen’ zoals die in de Tweede Kamer gehouden worden uit te spreken. Ik heb mij daar toen over verbaasd, omdat het toen voorliggende begrotingsvoorstel, net als nu overigens, alleen ging over ‘de centen’. Ook nu is dat weer het geval. Zeker, het woord ‘bestuursakkoord’ valt vele malen, en op vele plekken wordt ook aangegeven dat nieuw beleid een voortvloeisel is van het bestuursakkoord. Maar op welke wijze al deze acties en uitgaven dan wel besparingen nu bijdragen aan de beoogde doelstellingen, het blijft gissen voor ons, of misschien wel alleen mij, als bestuurslid. Een ‘dashboard’ zoals wel aanwezig in de bestuursrapportage ontbreekt, een dashboard waarin duidelijk gemaakt zou kunnen worden tot welke positieve dan wel negatieve effecten deze begroting zou leiden. Het enige resultaat dat noemenswaardig in het voorwoord naar voren komt is “Inmiddels worden de eerste resultaten daarvan zichtbaar en zijn we er trots op dat we de tariefstijgingen binnen de perken hebben weten te houden”.

Een gemiste kans wat mij betreft voorzitter. Maar gezien de focus van dit bestuur op de centen niet verwonderlijk. Alle plannen en ideeën en innovaties die langs komen moeten altijd aan een X aantal randvoorwaarden voldoen. Helaas zijn dit geen OF-OF voorwaarden, of optionele voorwaarden, maar altijd EN-EN voorwaarden. En de enige voorwaarde die altijd aanwezig is, is ‘kostenneutraal’. Wat een plan ook bijdraagt aan de andere doelstellingen die deze coalitie, en eigenlijk dit hele bestuur zichzelf heeft opgelegd, geen van die doelstellingen legt ook maar enig gewicht in de schaal als het plan niet ‘kostenneutraal’ is.

Voorzitter, enkele weken geleden mocht ik een lezing bijwonen van Ingrid Newkirk, oprichtster van PETA, People for the Ethical Treatment of Animals. Wat mij het meest raakte, naast alle mooie én verschrikkelijke plaatjes en video’s van dieren, was haar betoog over ‘normalization of the absurd’. Zij gaf een aantal voorbeelden van zaken die we nu collectief als gemeenschap, en grotendeels zelfs als mensheid, als ‘absurd’ beschouwen, maar die op enig moment als ‘normaal’ gezien werden. Zij verhaalde bijvoorbeeld van twee voormalig kampbewaarders uit de Tweede Wereldoorlog, die spraken over het vergassen van Joden en andere ‘minderwaardige’ mensen alsof het een ‘normaal’ business proces was. Hoe vervelend het wel niet was als de ene trein nog niet volledig leeg was, terwijl de andere al binnen kwam rijden, met honderden mensen om vergast te worden.

En zo zijn er veel meer voorbeelden te geven waarin het absurde tot de normaalste zaak van de wereld gaat worden, tot norm verheven wordt. Er was een tijd waarin mensen andere mensen hielden en verhandelden als zijnde ‘normaal’, een slaaf deed er niet toe. Er was een tijd waarin vrouwen geen stemrecht hadden, omdat ze net als dieren nu eenmaal geen ziel hadden. Toen normaal, nu absurd. We leven nu in een andere tijd, in onze tijd, en in onze tijd zijn er andere zaken die ‘normaal’ zijn, die de norm zijn.

In onze tijd is het de normaalste zaak van de wereld om alleen al in Nederland in 2015 ruim 600 miljoen dieren te doden. 600 miljoen, u hoort het goed. En welke dieren zijn dit dan vraag u? Wel:

  • 575 miljoen vleeskuikens
  • 17 miljoen overige kippen, hoofdzakelijk afgestoten leghennen
  • 15 miljoen varkens
  • 2 miljoen runderen waarvan 1,2 miljoen kalveren jonger dan 9 maanden, wat inhoudt dat in de ruwweg 3 uur die wij hier spreken er ruim 400 kalveren die nog geen 1 jaar oud zijn gedood worden.
  • 0,5 miljoen schapen, voornamelijk lammeren van ook nog geen jaar oud
  • En dan laat ik de vissen nog onbenoemd...

(Cijfers CBS)

Voorzitter, normalisatie van het absurde noem ik dit. Ook normaal in onze tijd is het op grote schaal houden en doden van dieren voor hun huid. Voor die ‘lekkere’ bontjas, bontkraag, leren jas, leren handschoenen of donzen dekbed. En voorzitter, u begrijpt, ‘lekkere’ heb ik tussen aanhalingstekens staan. Schattingen van PETA spreken van 1 miljard dieren die jaarlijks gedood worden voor hun huid of vel. Van koeien en kalfjes tot paarden, lammetjes, geiten, varkens – en zelfs honden en katten. Nertsen in Nederland alleen al zijn goed voor 6 miljoen dode dieren per jaar. Om nog maar niet te spreken van wasbeerhonden die op gruwelijke Chinese ‘boerderijen’ gehouden worden, en coyotes die in het wild gevangen worden met een gruwelijk pijnlijke klem.

Voorzitter, normalisatie van het absurde noem ik dit. Ook voor het bevorderen van de volksgezondheid worden jaarlijks alleen al in Nederland ruim 1 miljoen dieren gedood, waarvan de helft ook daadwerkelijk gebruikt is voor een dierproef. Uit de NVWA gegevens blijkt dat bij 492.625 (87,4%) dierproeven de dieren tijdens of in het kader van de proef zijn gestorven of gedood. Bij 71.144 (12,6%) van de dierproeven blijven de dieren na afloop in leven. Het totaal aantal dieren dat in 2014 is doodgegaan zonder dat ze zijn gebruikt in een dierproef is 527.086. Inmiddels is algemeen bekend dat dierproeven wetenschappelijk zeer dubieuze resultaten opleveren die nauwelijks bruikbaar zijn om te toetsen of medicatie ook daadwerkelijk werkzaam en veilig is voor mensen. Daarnaast zijn er steeds meer alternatieven beschikbaar voor dierproeven. Toch gaan we vrolijk door met dieren te houden, gebruiken en doden voor dierproeven.

(Cijfers NVWA)

Voorzitter, normalisatie van het absurde noem ik dit. Ik denk dat de cijfers die ik aandraag voor zichzelf spreken. Ik kom terug bij onze bestuurslaag. Want ook in onze bestuurslaag is het absurde tot het normale geworden. Daar waar de landelijke overheid leeft met mantra’s als ‘groei, groei en nog eens groei’ en ‘handel, handel en nog eens handel’ en ‘economie, economie en nog eens economie’, daar is de mantra van onze waterschapsbestuur ‘tarieven, tarieven en nog eens tarieven’. De meeste fracties in dit huis vinden het de normaalste zaak van de wereld om alleen te kijken en te vragen naar ‘wat kost het’. Voor mij is dat absurd, voorzitter. Ik vraag liever ‘wat levert het op’. Want die eenzijdige focus op de tarieven zorgt er voor dat de prijs ergens betaald wordt, alleen niet door de inwoners en bedrijven die nú belasting voor de werkzaamheden van het waterschap moeten betalen. We knijpen onze uitvoerende instantie Waternet zo ver als mogelijk uit, ‘efficiëntie, efficiëntie en nog eens efficiëntie’ geven wij hen als bestuur mee. Investeringen die gedaan moeten worden, worden uitgesteld. Voorzitter, ik weet niet hoe u en andere collega’s bijvoorbeeld met het onderhoud van hun huis omgaan, maar ik heb geleerd dat als je dat uitstelt, de kosten op termijn alleen maar hoger worden. Dan moet de dakgoot niet geschilderd maar vervangen worden, omdat deze weggerot is door het gebrek aan onderhoud. Maar in dit waterschap is dat ‘normaal’, want het zorgt er voor dat de tarieven niet stijgen. En van de projecten waar we wel in investeren zeggen we, ‘goh, laten we de daarmee gemoeide personeelslasten lekker meefinancieren, want dat houdt de tarieven lekker laag’, de extra kosten die gemoeid zijn met het geld lenen om de salarissen die we nú uitbetalen schuiven we naar het volgende bestuur en zelfs de volgende generatie door. In 2015 werd 16% van ons aandeel in de personeelslasten van Waternet medewerkers uitbetaald met geleend geld, en de daarmee gemoeide bedragen voor vele jaren doorgeschoven naar de toekomst. Onze generatie is er één van het korte termijn denken. Niet nadenken hoe de wereld er over 5, of 10, laat staan 50 jaar er uitziet. Nee, wat kunnen we onze potentiële kiezers over 3 jaar vertellen, daar lijkt het om te draaien. Lage tarieven, fijn hè, en och ja, we hebben wel wat investeringen en onnodige leningen doorgeschoven naar de toekomst, maar de tarieven zijn laag gebleven, dat was onze ultieme ambitie. Dat dit mogelijk het enige is wat dit beleid en deze begroting gaat opleveren, tja, keuzes moeten nu eenmaal gemaakt worden, en dit is waar wij voor kiezen.

Voorzitter, normalisatie van het absurde noem ik dit. Voor dit soort korte termijn denken hoeven we niet de Atlantische Oceaan over te steken om bij ‘president-elect’ Donald Trump uit te komen, die klimaatverandering wegzet als een ‘hoax’ van de Chinezen om Amerika uit de markt te prijzen. Hij wil weer vol gaan inzetten op de kolenindustrie en andere vervuilende en zelfs vernietigende fossiele brandstoffen zoals olie en schaliegas. Ook dichter bij huis hebben we kennisgemaakt van dit soort korte termijn denken, en wel bij de provincie Noord-Holland. Daar hebben PvdA, D66 en CDA zich in het pak laten naaien door de VVD waar het aankomt op de energie transitie naar duurzame energie. Bang als ze zijn voor de PVV, die faliekant tegen windturbines op land is, heeft de coalitie onder druk van de VVD besloten dat er een maximum op windenergie productie moest komen, en die kwam er. Onze eigen ambitie om in 2020, een super ambitieuze ambitie, energieneutraal te zijn loopt hierdoor ernstig gevaar. En in 2019 kunnen de coalitiepartijen in Noord-Holland ‘pronken’ met het feit dat ze toch maar mooi aan de door de landelijke overheid opgelegde doelstelling hebben voldaan. En het écht absurde aan dit verhaal is dat door dit beleid er juist méér windturbines in Noord-Holland op land blijven. Want voor de 7 windturbines die als gevolg van onze aanvraag aangelegd zouden worden, zouden er 14 verdwijnen, dus netto 7 windturbines mínder! Hoezo korte termijn blik?

Voorzitter, normalisatie van het absurde noem ik dit. Ik maak me geen illusie over mijn herverkiezing in 2019 voorzitter. Onze boodschap, die van de Partij vóór de Dieren, is geen populaire. Want we stellen het absurde van de norm aan de orde. Wat voor de meeste mensen nu normaal is, is voor onze partij absurd. In haar bijdrage afgelopen dinsdag bij de begroting van Economische Zaken, onderdeel Landbouw en Natuur (ja, echt!), werd Marianne Thieme hard aangevallen door CDA, VVD en ChristenUnie, want wij van de Partij voor de Dieren willen helemaal geen veehouderij meer in Nederland, en we zetten met name veeteelthouders weg als criminelen zonder ethiek. Dus hoe de wereld er na 15 maart 2017 uitziet, wie zal het zeggen. Maar dat laat niet onverlet dat wij ook na die dag, en ook met deze begroting, zullen blijven strijden voor het denormaliseren van het absurde.

En we staan er inmiddels niet meer alleen voor. Ook gerenommeerde en gerespecteerde instituten als de Sociaal Economische Raad pleiten voor verandering, bijvoorbeeld daar waar het de veehouderij betreft. Uit hun samenvatting van hun recente rapport 'Versnelling duurzame veehouderij' quote ik 'de economische positie van een grote groep veehouders [staat] onder zware druk, onder meer vanwege lage (wereld)marktprijzen voor hun producten. Bovendien veroorzaakt de sector forse milieudruk en risico’s voor de gezondheid van mensen en het welzijn van dieren.' Ook de SER zegt: zo kan het niet langer.

(Bron SER)

Voorzitter, een aantal voorbeelden van deze absurditeiten uit eigen huis. De ambitie om in 2020 energieneutraal te zijn is wat mij betreft een fraai staaltje marketing om weg te lopen voor onze verantwoordelijkheid om alles op alles te zetten om de doelen waaróm we energieneutraal willen worden ook daadwerkelijk te bereiken. Één van die doelen is namelijk het terugdringen van de uitstoot van het schadelijke CO2. Onze fractie heeft in de persoon van Friso van Lierop vragen gesteld over de uitstoot van CO2 als gevolg van veenbodemdaling. Uit de beantwoording op die vragen blijkt dat we waarschijnlijk enorme CO2 uitstoot veroorzaken met onze peilbesluiten, tot mogelijk 200 kiloton CO2 per jaar. Als we dan in “Energieneutraal in 2020” lezen dat de meest veelbelovende projecten maximaal 11,5 kiloton CO2 per jaar besparen dan kun je je afvragen hoe duurzaam we werkelijk zijn als we in het onderzoek naar duurzame en sociaal economische oplossing voor diepe polders op de lange termijn, verder dan 50 jaar, geen aandacht lijken te willen besteden aan CO2 uitstoot. Dat blijkt ook uit uw antwoord op onze vraag over dit onderwerp.

Ook hier staat de Partij voor de Dieren niet langer alleen in haar oproep om het beleid te wijzigen. Uit het recente rapport Balans van de Leefomgeving 2016 van het Planbureau van de Leefomgeving quote ik: 'Bodemdaling in veengebieden leidt tot extra kosten voor het beheer en onderhoud van wegen, infrastructuur, funderingen van huizen en waterbeheer. De extra kosten van bodemdaling in het stedelijk en landelijk veengebied lopen in de periode tot 2050 op tot 1,4 á 4,7 miljard euro bij ongewijzigd beleid. Voor particuliere eigenaren van gebouwen vormen de hoge kosten voor herstel van fundering een belangrijk knelpunt. Bodemdaling in veengebieden vraagt om een proactief langetermijnbeleid, in stedelijke gebieden gericht op het vermijden van kosten en in het landelijk gebied gericht op het verbinden van maatregelen tegen bodemdaling met maatschappelijke doelen als natuur- en landschapskwaliteit en het beperken van CO2-emissie.'

(Bron PBL)

Onze fractie roept het DB bij deze dan ook op om CO2 uitstoot wel onderdeel uit te laten maken van dat onderzoek. En veel meer werk te maken van de omwenteling naar 'functie volgt peil' in plaats van het huidige 'peil volgt functie'. Zeker als we gevolg willen geven aan onze bijdrage aan het Nationaal Klimaatakkoord: 30% minder uitstoot van broeikasgas tussen 1990 en 2020.

Een tweede voorbeeld, het plaatsen van elektrische oplaadpunten bij wachtplaatsen. Daarvoor wordt over de periode 2016 tot en met 2019 € 100.000,-- gereserveerd. Dat zou uitgaand van de gemiddelde prijzen betekenen dat er tussen de 10 à 20 wachtplaatsen voorzien gaan worden van een elektrisch oplaadpunt. Dat is maximaal een kwart van alle wachtplaatsen in ons gebied. Dit zal de populariteit van de nu niet zo populaire wachtpunten zeker niet ten goede komen. Waarom niet vol inzetten om alle wachtplaatsen van elektrische oplaadpunten te voorzien? Dat zou een extra motivatie zijn om de hiervoor benodigde energie in eigen beheer te gaan opwekken. Onze fractie roept het DB dan ook op om werk te maken van die elektrische oplaadpunten, en deze zo snel mogelijk, en overal waar het maar kan, te plaatsen.

Een derde voorbeeld is het ambitieniveau voor de waterkwaliteit. Tijdens de Expertsessie Waterkwaliteit van de Provincie Utrecht op 7 november bleek dat er een uitdagend traject ligt om in 2027 aan de Kaderrichtlijn Water (KRW) te voldoen. Ook in ons eigen waterschap lichten er veel locaties oranje of zelfs rood op, en ongeacht of dat nu vanwege het ‘one-out all-out’ principe is, ook in ons waterschap moet er nog voldoende gebeuren. Het is dan ook uiterst teleurstellend om in het hoofdstuk over programma 2, Schoon Water, te lezen dat we aan het eind van het jaar nog steeds maar van 25% van onze wateren de ecologische toestand kennen. En dat van de wateren die we wel bemonsteren de waterkwaliteit niet achteruit gaat. U hoort het goed, niet verbeteren, maar zorgen dat de toestand niet nog verder verslechtert. En dat van onze KRW lichamen aan het eind van het jaar 25% voldoet aan de randvoorwaarden voor de KRW. Dat is een groei van 2% in een heel jaar. Of in absolute zin, een half, 0.5, KRW lichaam. En dat er ook voor dit programma getemporiseerd wordt in de in dit geval hard nodige investeringen à € 450.000,--. Onze fractie roept het DB dan ook op om dit programma niet nog verder te vertragen om de schone schijn van lage tarieven op te houden met als gevolg vieze wateren in ons gebied!

Voorzitter, ik rond af. Het vergt moed om een ander geluid te laten horen, zeker als je zoals onze partij dat doet het normale aan de kaak stelt. Maakt mij dat een moedig persoon? Nee voorzitter, dat zou ik aanmatigend vinden. Maar onze partij is wel moedig, opgericht en aangejaagd door moedige mensen als Marianne Thieme, Esther Ouwehand en Niko Koffeman. En mijn verzoek aan u als voorzitter, het Dagelijks Bestuur en mijn collega bestuursleden is deze: wees ook moedig, en kijk eens naar de lange termijn, bevraag je zelf of datgene wat je als ‘normaal’ beschouwd ook écht normaal is, of dat er misschien meer in het leven is dan lage tarieven en kostenneutraliteit, ten koste van alles. Ik wens u en ons allemaal die moed toe! En om heel toepasselijk met Martin Luther King te spreken:

“Wij moeten voortdurend dijken van moed opwerpen tegen de stormvloeden van de angst”

Voorzitter, dank u.

Jeroen Brink
Fractievoorzitter Partij voor de Dieren


De bijdrage is in zijn geheel te beluisteren via de website van AGV.