08 apr. 2026
Schriftelijke vragen over herplant bomen Flevopark
Aanleiding
Begin november 2025 zijn er twee wandelingen onder de noemer Compensatieplan Flevopark geweest, met als deelnemers de gemeente Amsterdam, Waternet/AGV en Vrienden van het Flevopark. Ook ik mocht daar namens de fractie van de Partij voor de Dieren bij aanwezig zijn. Van de wandelingen is een verslag gemaakt. In het verslag staat onder de Algemene uitgangspunten voor het herplantplan bij punt 3: "voorkeur voor inheemse soorten; passend bij ecologische waarden, bloeitijd, insecten, broed- en schuilgelegenheid".
Op 13 maart jl. was er een informatiemiddag over de dijkverbetering in het Flevopark. Ook AB-leden waren uitgenodigd en onze fractie was aanwezig. Daar werd onder andere het conceptplan Herplant & Compensatie Dijkverbetering Flevopark getoond, ontworpen door Buro Landschap in Omgeving (LinO).
De fractie van de Partij voor de Dieren heeft een aantal vragen.
Vragen
- Is het DB het ermee eens dat als een conceptplan wordt gepresenteerd, er ruimte moet zijn voor wijzigingen?
- Een van de algemene uitgangspunten voor de herplant en compensatie bij de dijkverbetering Flevopark, afkomstig uit de inventarisatie in november luidt: "voorkeur voor inheemse soorten". Vindt het DB ook dat de argumenten wel heel sterk en overtuigend moeten zijn om daarvan af te wijken, zeker gezien het feit dat we in een biodiversiteitscrisis leven?
- In het concept staat op pagina 11 dat het sortiment voor herplant en compensatie gedeeltelijk natuurlijk (ecologische functie) is. En een deel is cultuurbeplanting: "beplanting waarin naast de inheemse heesters en bomen diverse sierheesters en andere planten met een kleurrijk accent zijn opgenomen, die goed passen bij het natuurlijke inheemse sortiment". Uitheemse bomen dragen niet of minder bij aan het versterken van de ecosystemen in het park. Ze zijn niet of minder interessant voor de insecten, vogels en andere dieren die in het park leven. Er zijn ook volop inheemse bomen die kunnen zorgen voor een kleurrijk accent. Waarom wordt niet voor inheemse alternatieven gekozen?
- Op pagina 37 van het conceptplan staat dat het voorgestelde sortiment aansluit "op datgene wat in de dertiger jaren gewoon was: een rijk sortiment met zowel inheemse als bijzondere bomen". In de jaren '30, toen het Flevopark is aangelegd, was er geen sprake van een biodiversiteitscrisis en kon men planten wat men wilde, ook "bijzondere bomen". Voor ons, bijna een eeuw later, is de biodiversiteitcrisis een feit. Waarom wordt er in het plan niet alles op alles gezet om bij te dragen om deze crisis het hoofd te bieden?
- In onze tuinen, straten, pleinen en parken is het van levensbelang te kiezen voor de grootst mogelijke bijdrage aan biodiversiteitsherstel. Ook als we daardoor niet kunnen kiezen voor uitheemse bomen en planten en dus de historische context van onze omgeving, in dit geval het Flevopark, minder zichtbaar houden. Wil het DB zich inzetten om in het conceptplan voor herplant en compensatie in het Flevopark alleen inheemse soorten op te nemen?
- En ten slotte: gaat het lukken om de herplant en compensatie in het Flevopark, conform de manier waarop de gemeente Amsterdam dit doet, volledig gifvrij te doen? Zo nee, waarom niet?
- Is het DB het ermee eens dat als een conceptplan wordt gepresenteerd, er ruimte moet zijn voor wijzigingen?
Antwoord: Voor het herplantplan ligt inmiddels een afgeronde versie waarin de input van alle betrokken partijen is verwerkt. Alleen wanneer er nog zwaarwegende argumenten naar voren komen die in de eerdere afweging niet zijn meegenomen, kunnen beperkte wijzigingen worden overwogen.
Een van de algemene uitgangspunten voor de herplant en compensatie bij de dijkverbetering Flevopark, afkomstig uit de inventarisatie in november luidt: “Voorkeur voor inheemse soorten”.
- Een van de algemene uitgangspunten voor de herplant en compensatie bij de dijkverbetering Flevopark, afkomstig uit de inventarisatie in november luidt: "voorkeur voor inheemse soorten". Vindt het DB ook dat de argumenten wel heel sterk en overtuigend moeten zijn om daarvan af te wijken, zeker gezien het feit dat we in een biodiversiteitscrisis leven?
Antwoord: Het DB onderschrijft dat keuzes voor niet-inheemse soorten altijd zorgvuldig moeten worden gemotiveerd. Hoewel er geen beleid is dat uitsluitend inheemse planten of bomensoorten voorschrijft, vindt het DB wel dat afwijkingen van de voorkeur voor inheemse beplanting alleen aan de orde zijn wanneer daar goede, inhoudelijk onderbouwde redenen voor zijn.
In dit geval vindt het DB dat die redenen aanwezig zijn. Het gaat om een zeer beperkt aantal accentsoorten die ecologisch verantwoord zijn, niet invasief, en passen binnen de cultuurhistorische context van het Flevopark. Deze soorten veranderen het overwegend inheemse karakter van het beplantingsplan niet, maar versterken juist de herkenbaarheid en beleving van het park (zie ook het antwoord op vraag 4).
Binnen het proces zijn de keuzes zorgvuldig afgewogen, waarbij het versterken van de biodiversiteit steeds het leidende uitgangspunt is geweest.
- Waarom wordt niet voor inheemse alternatieven gekozen?
Antwoord: Het uitgangspunt van het herplant- en compensatieplan is en blijft dat het sortiment overwegend uit inheemse soorten bestaat, omdat deze het meest bijdragen aan het versterken van de ecosystemen in het park. Uitheemse soorten worden slechts zeer beperkt toegepast en uitsluitend als accent tussen een hoofdzakelijk inheems sortiment. Ook bij de bomen worden vrijwel uitsluitend inheemse soorten toegevoegd, met slechts enkele accentbomen, bijvoorbeeld bloeiende soorten die passen binnen de cultuurhistorische context van het Flevopark. Zie ook antwoord vraag 4.
- Waarom wordt er in het plan niet alles op alles gezet om bij te dragen om deze crisis het hoofd te bieden?
Antwoord: Het plan zet nadrukkelijk in op het versterken van de biodiversiteit. Het gekozen sortiment bestaat grotendeels uit inheemse soorten, omdat deze het beste aansluiten bij de ecologische opgaven van nu. De mantel- en zoombegroeiing langs de waterkanten blijft volledig inheems, en ook in het park zelf wordt vrijwel uitsluitend inheems beplantingsmateriaal toegepast. Daarmee wordt een stevige bijdrage geleverd aan het vergroten van de biodiversiteit in het Flevopark.
Tegelijkertijd wordt de cultuurhistorische waarde van het park gerespecteerd. Bij de aanleg in de jaren 30 door Jac. P. Thijsse zijn al bijzondere en uitheemse bomen toegepast, zoals paardekastanjes bij de hoofdingang en treurwilgen bij de vijver. Deze historische gelaagdheid maakt onderdeel uit van de identiteit van het park. Tijdens de wandeling van 5 november hebben de Vrienden van het Flevopark bovendien expliciet gevraagd om het terugbrengen van een aantal treurwilgen. Om die reden worden op enkele plekken cultuurplanten als accent toegepast, maar altijd zeer beperkt en ecologisch verantwoord.
Kortom: het plan draagt substantieel bij aan het versterken van de biodiversiteit door te kiezen voor een overwegend inheems sortiment met hoge ecologische waarde. De beperkte cultuuraccenten zijn zorgvuldig geselecteerd, ecologisch verantwoord en versterken de cultuurhistorische kwaliteit en beleving van het park. Gezien de positieve reacties van de gemeente, de Vrienden van het Flevopark en andere belanghebbenden worden deze accenten in het plan gehandhaafd.
- Wil het DB zich inzetten om in het conceptplan voor herplant en compensatie in het Flevopark alleen inheemse soorten op te nemen?
Antwoord: Het DB ondersteunt de gemaakte keuzes zoals bij bovenstaande antwoorden verwoord.
- En ten slotte: gaat het lukken om de herplant en compensatie in het Flevopark, conform de manier waarop de gemeente Amsterdam dit doet, volledig gifvrij te doen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord: Voor de inkoop sluiten we aan bij de leveranciers waar de gemeente Amsterdam zelf mee werkt. Deze leveranciers leveren conform het gemeentelijke beleid van Amsterdam, waaronder het streven naar gifvrije teelt.