Schrif­te­lijke vragen over veen­bo­dem­daling


Indiendatum: apr. 2016

Grote delen van land in het Waterschap AGV zijn op veenbodems gebouwd. Daling van deze grond door inklinking en veenoxidatie kan ernstige problemen veroorzaken.
De kosten voor de waterhuishouding nemen hierdoor steeds verder toe, CO2-
emissies gaan door en natuurgebieden verdrogen.

Graag verwijs ik u naar de volgende websites met aanvullende informatie:

In dit kader hiervan zou ik het Dagelijks Bestuur de volgende schriftelijke vragen willen stellen:
1. Welke gebieden wordt in het AGV gekenmerkt als veengebied?
2. In hoeverre is de bodem in deze gebieden gedaald, voor zover bekend, sinds 1950?
3. Wat zijn in deze periode, in deze gebieden, de door het waterschapsbestuur
genomen peilbesluiten geweest?
4. Hoeveel uitstoot van broeikasgassen kan direct in verband worden gebracht door de daling van de veenbodem in dit gebied?

Namens de fractie Partij voor de Dieren in het Waterschap Amstel, Gooi & Vecht,

Friso van Lierop

Indiendatum: apr. 2016
Antwoorddatum: 21 apr. 2016

1. Welke gebieden wordt in het AGV gekenmerkt als veengebied?
Volgens de bodemkaart, zie onder, is het paarse gebied als veen geclassificeerd.

2. In hoeverre is de bodem in deze gebieden gedaald, voor zover bekend, sinds 1950?
Een uitgebreide set van maaiveldhoogte metingen stamt uit het jaar 1960. Oudere data zijn meer versnipperd. Het maaiveld daalt niet gelijkmatig. De maaivelddaling varieert per (type veen)gebied, de mate van wegzijging, de ligging in het landschap en het gevoerde peilbeheer. Globaal kan worden afgeleid dat de dikke veenpakketten in het centrale deel van het beheersgebied sinds 1960 met ongeveer 0.20 tot 0.40 m zijn gedaald (dat is 4–8 mm per jaar).
Voorbeelden waar de bodem meer is gedaald zijn veengebieden naast droogmakerijen (door wegzijging) of ter plaatse van
onderbemalingen. In gebieden waar het waterpeil minder is aangepast, zoals in sommige bovenlanden langs de rivieren is de bodem juist weer minder gedaald. In het oostelijk deel van het gebied waar de veenpakketten dunner zijn is de maaivelddaling, mede als gevolg van het gevoerde peilbeheer, kleiner.

3. Wat zijn in deze periode, in deze gebieden, de door het waterschapsbestuur genomen peilbesluiten geweest?
In veel landbouwgebieden is peil volgt functie aangehouden, waarbij het waterpeil min of meer de maaivelddaling volgt. Sinds jaren 1990 geldt voor veengebieden een maximale drooglegging van 0.60 m gemiddeld over een peilgebied. In gebieden waar door omstandigheden het waterpeil niet verlaagd kon worden (kritische gronden langs rivieren, kwel/ waterbezwaar of door veel huizen e.a.) is terughoudender omgegaan met peilaanpassingen. (NB Landbouwkundig optimum is een drooglegging van circa 0.90 m)

4. Hoeveel uitstoot van broeikasgassen kan direct in verband worden gebracht door de daling van de veenbodem in dit gebied?
Veenafbraak zorgt voor bodemdaling en uitstoot van broeikasgassen. De precieze CO2 uitstoot van het veen is overigens lastig vast te stellen. Uitgaande van de STOWA kentallen zou de uitstoot van broeikasgassen in AGV veengebied uitkomen op ca 200 kton CO2 equivalenten per jaar.

Interessant voor jou

Schriftelijke vragen inzake de plasticsoep in grachten

Lees verder

Schriftelijke vragen over inkoop elektriciteit

Lees verder