Vragen over de “Visie Muskusrattenbeheer West en Midden Nederland 2017-2020”

Achtergrond

Op woensdag 24 mei 2017 is tijdens de Commissie voor advies en bijstand de concept nota “Visie Muskusrattenbeheer West en Midden Nederland 2017-2020” behandeld, zie https://agv.waterschapsinformatie.nl/vergadering/369408/Commissie%20voor%20advies%20en%20bijstand%2024-05-2017. Aangezien zowel de beantwoording van eerdere vragen over de totstandkoming van deze nota, de onderliggende visie zelf alsmede de mondelinge vragen die wij tijdens de commissie vergadering gesteld hebben uiterst onbevredigend zijn beantwoord en er nog veel vraagtekens bij de fractie van de Partij voor de Dieren leven over nut en noodzaak van deze nieuwe nota, hebben wij bij deze aanvullende vragen over deze nieuwe nota.

Hierbij zullen wij uitgaan wat in de Waterwet gesteld wordt over het beheer van muskusratten door de Nederlandse waterschappen. Volgens de website van Waterschap AGV (zie https://www.agv.nl/onze-taken/veilig/muskusratten/) is muskusrattenbeheer een wettelijke taak, die AGV als volgt opvat: “Het bestrijden van muskusratten is een wettelijke taak van waterschappen. Zij moeten alle waterkeringen en waterwegen beschermen tegen muskusratten en beverratten.”

De waterwet stelt echter in Artikel 3.2a dat “Het waterschap draagt zo goed mogelijk zorg voor het voorkomen van schade aan waterstaatswerken veroorzaakt door muskus- en beverratten.” Dat is ook conform het met brede steun aangenomen amendement dat de Partij voor de Dieren tijdens de behandeling van de nieuwe Waterwet en Waterschapswet heeft ingediend, zie https://www.partijvoordedieren.nl/moties/amendement-wijziging-waterwet-en-waterschapswet. Het doel van het amendement was juist om de bestrijding van muskusratten niet als doel op zich vast te leggen in de nieuwe Waterwet en Waterschapswet, maar als middel om schade aan waterstaatswerken te voorkomen.

In de nieuwe nota wordt een visie neergelegd die volledig indruist tegen wat Artikel 3.2a beoogt, namelijk het voorkomen van schade aan waterstaatswerken, zeker als we de doelstellingen van de Waterwet in breder perspectief zien, zoals beschreven in Artikel 2.1 van de Waterwet:

Artikel 2.1

1.   De toepassing van deze wet is gericht op:
a.      voorkoming en waar nodig beperking van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste, in samenhang met
b.     bescherming en verbetering van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen en
c.      vervulling van maatschappelijke functies door watersystemen.

De ecologische waterkwaliteit volgens AGV, zie het Waterbeheerplan 2016-2021 via https://www.agv.nl/siteassets/onze-taken/waterbeheerplan/wat-waterbeheerplan-2016-2021-interactief.pdf, is gedefinieerd als: “Schoon water gaat om een goede waterkwaliteit, zowel chemisch (verontreinigingen, voedingsstoffen) als ecologisch (planten en dieren).” Dieren maken dus een integraal onderdeel uit van de ecologische waterkwaliteit die Waterschap AGV na dient te streven. En volgens de Waterwet moet deze ecologische waterkwaliteit beschermd en verbeterd worden, in samenhang met de voorkoming van overstromingen en andere wateroverlast. De fractie van de Partij voor de Dieren is van mening dat met de visie die ten grondslag ligt aan de nieuwe nota dit principe volledig wordt losgelaten, er wordt 100% ingezet op voorkomen van overstromingen en andere wateroverlast, terwijl de bescherming van de muskusrat als integraal onderdeel van de ecologische kwaliteit tot 0% wordt teruggeschroefd.

Dit brengt ons tot de volgende vragen.

Vragen

  1. Hoe vaak is er in de afgelopen 40 jaar melding gedaan aan de Minister (van Infrastructuur en Milieu of diens voorganger) conform Waterwet Artikel 2.12 lid 5 (of diens voorganger) van een dermate grote veiligheidsrisico (overstroming of doorbraak van een waterkering, dijk of ander object) dat dit gemeld diende te worden?
     
  2. Hoe vaak was er bij deze meldingen sprake van een (aanzienlijke) bijdrage door muskusratten aan de situatie die aanleiding gaf tot het doen van een melding aan de Minister?
     
  3. Hoe vaak is er in de afgelopen 40 jaar een dijkdoorbraak of overstroming geweest in het beheergebied van AGV? En welke rol heeft de aanwezigheid van muskusratten een al dan niet bepalende rol gespeeld in elk van deze dijkdoorbraken of overstromingen?
     
  4. Welke rol heeft de aanwezigheid van muskusratten gespeeld bij de dijkdoorbraak in Wilnis in 2003?
     
  5. Is het DB bereid om onderzoek te laten doen of de maatregelen en verbeteringen die naar aanleiding van Wilnis zijn uitgezet en nog ondernomen moeten worden uitgebreid kunnen worden met preventieve maatregelen om graverij door muskusratten te voorkomen? Zo nee, waarom niet?
     
  6. Is het DB van mening dat de voorliggende visie recht doet aan Waterwet Artikel 2.1 lid 1, namelijk dat voorkoming van wateroverlast in samenhang plaats vind met bescherming en verbetering van de ecologische kwaliteit op het moment dat een diersoort volledig uitgeroeid gaat worden in onder andere het beheergebied van het Waterschap AGV? Graag een onderbouwd antwoord.
     
  7. Wordt in het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) specifiek rekening gehouden met de risico’s die verbonden zijn aan graverij door muskusratten en/of andere gravers? Zo ja, welke maatregelen worden er vanuit het HWBP genomen om de veiligheidsrisico’s als gevolg van graverij door dieren in te dammen? Zo nee, waarom wordt in het huidige beleid dan wél vooral ingezet op bestrijding van muskusratten en in de nieuwe visie zelfs op volledige uitroeiing, als vanuit het HWBP hier geen specifieke aandacht voor is (met andere woorden, hoe groot is het veiligheidsrisico dat muskusratten dan precies)?
     
  8. In welke mate (percentage) is het huidige muskusrattenbeheer beleid gericht op voorkomen van onveilige situaties bij waterstaatswerken in het kader van de Waterwet en in welke mate gericht op andere locaties waar geen sprake is van een direct veiligheidsrisico?
     
  9. Op hoeveel en welke locaties (dijken, kaden, kunstwerken, et cetera) en op welke wijze wordt door Waterschap AGV uitvoering gegeven aan Waterwet Artikel 3.2a “Het waterschap draagt zo goed mogelijk zorg voor het voorkomen van schade aan waterstaatswerken veroorzaakt door muskus- en beverratten” anders dan door het doden van muskusratten? Zijn er bijvoorbeeld locaties voorzien van preventieve maatregelen of objectbescherming en zo ja welke?
     
  10. Uitgaande van de berekening van Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden (HDSR) (zie http://www.hdsr.nl/muskusrattenbeheer/veiligheid-voorop/preventieve/) dat het aanbrengen van preventieve maatregelen in geheel Nederland ongeveer 3,5 miljard euro kost, is het DB dan bereid om naast ‘complete verwijdering’ van alle muskusratten in geheel Nederland ook de optie van landelijk preventieve maatregelen nemen op te nemen als onderzoeksdoel in de voorliggende visie? Zo nee, waarom niet?
     
  11. Is het DB bereid om de met preventieve maatregelen gemoeide kosten te verhalen op de Minister onder Waterwet Artikel 7.22a lid 2 punt a en b en/of Waterwet Artikel 7.22d lid 1 en/of 2, beide vallende onder het Deltafonds, aangezien Waterwet Artikel 3.2a specifiek gericht is op de in deze onder het Deltafonds gedekte activiteiten? Zo nee, waarom niet?
     
  12. Wat zijn de lange termijn gevolgen voor de ‘beheerders’ van muskusratten in relatie tot de gewenste (her)introductie van de bever, en van andere gravers (mollen, konijnen, …) indien er geen preventieve maatregelen genomen worden en alleen de muskusrat volledig uitgeroeid wordt? Kan het bijvoorbeeld zo zijn dat een groot deel van de muskusratten beheerders in dienst moeten blijven om andere gravers te beheren?
     
  13. Waarom wordt voor de muskusrat een uitzondering gemaakt waardoor hij niet langer beschermd dient te worden onder Artikel 2.1 lid 1b volgens de nieuwe visie, dus als dier onderdeel uitmakende van de ecologische waterkwaliteit?
     
  14. Indien het antwoord op de vorige vraag is dat dit veroorzaakt wordt doordat de muskusrat een ‘exoot’ in Nederland is, gaat het Waterschap AGV zich dan ook inzetten om andere ingeburgerde exoten, zoals bijvoorbeeld de snoekbaars, uit te roeien? Zo nee, waarom niet?

    De nieuwe nota en visie zijn mede gebaseerd op de tussenrapportage van de Veldproef. In deze tussenrapportage wordt in Deel I klip en klaar gesteld dat “Eén van de aanbevelingen is om te overwegen het doel van de bestrijding bij te stellen van ‘controle’ naar ‘complete verwijdering’. Er lopen echter nog een tweetal deelstudies, o.a. die aan objectbescherming, die het verdienen om in samenhang met de hier gepresenteerde bevindingen gewogen te worden. Daarom is het zinvol om te wachten met het beslissen over het eventueel aanpassen van beleid of strategie tot deze studies zijn afgerond.” In de nieuwe visie wordt hier echter volledig aan voorbijgegaan, complete verwijdering wordt als de nieuwe lange termijn ambitie neergezet, en er wordt een onderzoek gestart om deze ambitie uit te voeren.
     
  15. Is het DB het met onze fractie eens dat dit tot een tunnelvisie leidt en daarmee andere resultaten van de Veldproef uitsluit, mede aangezien de nieuwe visie voor de periode 2017-2020 zou gaan gelden, terwijl de complete resultaten van Veldproef in 2018 verwacht worden? Zo nee, waarom niet? Graag een onderbouwd antwoord.
     
  16. In 2017 wordt volgens de nota en de onderliggende visie een kostenreductie van 4% behaald. De fractie van de Partij voor de Dieren ontvangt graag een onderbouwde, gespecificeerde en gedetailleerde doorrekening waar deze verwachte kostenreductie op gebaseerd is. Hierbij geven we mee dat een term als ‘efficiency besparingen’ niet als onderbouwend gezien wordt.

    Uit de evaluatie van de lopende samenwerkingsovereenkomst blijkt dat zowel vangsten als schades geregistreerd worden, waarbij gesteld wordt dat “schade exacter en op x,y coördinaten geregistreerd” worden. In de evaluatie staan echter alleen cijfers over vangsten, maar geen cijfers over schade.
     
  17. Hoeveel schade gevallen zijn er gedurende de looptijd van de huidige samenwerking geregistreerd, binnen AGV gebied, en binnen het gehele beheergebied van het samenwerkingsverband? En tot welke kosten heeft dit geleid om deze schades a) te laten repareren op kosten van AGV dan wel b) te compenseren aan derden (graag separaat benoemen)?
     
  18. Om wat voor soort schades ging het? En waren er gevallen van schade bij waarbij de veiligheid van mensen of dieren in gevaar kwam, en zo ja, in welke mate? En waren er schades bij die tot een doorbraak van een primaire of secundaire waterkering hadden kunnen leiden?
     
  19. Is het DB bereid om behandeling van de visie en daaraan verbonden samenwerkingsovereenkomst, gezien de onomkeerbare en verstrekkende gevolgen die de lange termijn ambitie heeft op de muskusratten populatie in Nederland, in het Algemeen Bestuur uit te stellen totdat er een beeldvormende sessie geweest is met experts vanuit verschillende disciplines, zodat de Algemeen Bestuur leden tot een geïnformeerde besluitvorming kunnen komen? Zo ja, neemt het DB dan het voortouw om een beeldvormende sessie te organiseren en op welke termijn? Zo nee, waarom niet?

Namens de fractie van de Partij voor de Dieren,

 

Het lid van het Algemeen Bestuur,
Jeroen Brink